Verhaal

Talenten in het kort.

Rotterdammers zien dat de arbeidsmarkt verandert. De digitalisering en flexibilisering nemen toe. We verwachten dat er in de toekomst banen wegvallen, maar ook dat er veel voor terugkomt. Bijvoorbeeld banen in de nieuwe economie, werk in de deeleconomie of in de vorm van sociaal ondernemerschap.

Het opnieuw creëren van ‘Melkert-banen’ of het invoeren van een basisinkomen zijn suggesties voor meer werkgelegenheid en meer bestaanszekerheid. Door een basisinkomen zouden meer mensen een bijdrage leveren, omdat ze minder zorgen hebben over hun inkomen.

 

Veel Rotterdammers willen in de toekomst het liefst een vast contract, vooral jongeren. Flexibele contracten geven onzekerheid, iets dat Rotterdammers niet graag zien. Wel willen we graag flexibele werktijden en de mogelijkheid om thuis te werken. Maar werken op een kantoor blijft populair vanwege het contact met collega’s.

 

Ondanks de veranderingen op de arbeidsmarkt is de verwachting niet dat iedereen minder gaat werken en dat we in 2037 meer vrije tijd zullen hebben. Rotterdammers betrekken deze trends niet op hun persoonlijke situatie. Stadsexperts en ondernemers houden er wel rekening mee dat er een groeiende groep mensen moeite zal hebben aansluiting te houden met de arbeidsmarkt.

 

Een bijdrage leveren aan de zorg? Dat willen we doen voor familie en vrienden. Rotterdammers met een migratieachtergrond willen vaker familie in huis nemen. Dit vraagt wel een ander woningaanbod.

“Geen flexibele banen, het geeft onrust als je keer op keer hoort dat je halfjaar contract niet verlengd kan worden. ”

Vrijwilligerswerk vinden Rotterdammers belangrijk. Dat moet niet verplicht worden: je doet het immers vanuit je hart. Mensen die in de bijstand zitten, verlangen een andere waardering van hun verplichte bijdrage. “We moeten in de toekomst geen banen wegbezuinigen en de gaten vullen met mensen uit de bijstand met een tegenprestatie.”

 

Rotterdammers denken dat banen van de toekomst andere vaardigheden vragen. Zoals kritisch en creatief denken en digitale vaardigheden. Mensen moeten zich blijven scholen

“Laat bedrijven lesprogramma’s ontwikkelen: zij hebben de ervaring en expertise, kunnen leerlingen kneden voor de toekomst. ”

om veranderende vakkennis bij te houden. Er moet een goede aansluiting en wisselwerking zijn tussen het onderwijs en de praktijk.

 

Onderwijs zou in 2037 meer moeten doen: jongeren voorbereiden op het leven. In de toekomst geeft het onderwijs ruim aandacht aan normen en waarden, identiteit en burgerschap. Dit maakt dat kinderen straks ook nog gewoon les moeten krijgen in een klas. Want daar kun je goed aan deze vaardigheden werken. Leraren moeten zich kunnen inleven in de thuissituatie van hun leerlingen, ook als die uit een andere cultuur komen. Schooluitval moeten we bestrijden. Digitalisering in het onderwijs zien we als belangrijke trend. Met voordelen, maar het moet niet doorschieten. Een robot voor de klas vinden we ongewenst. De leraar krijgt juist een steeds grotere rol in de toekomst. Ook jongeren vinden dat. De leraar wordt leercoach, die kinderen op hun eigen individuele leerlijn met hun eigen talenten begeleidt. Maatwerk dus.

 

Rotterdammers vinden het belangrijk dat alle kinderen gelijke kansen krijgen. Ook kinderen uit gezinnen waarvan de ouders niet in staat zijn om hen te begeleiden in hun ontwikkeling. De aanbeveling is om ook te investeren in deze ouders, zodat ze hun kind beter kunnen helpen. We verwachten dat leerlingen met een vakopleiding straks meer kansen krijgen, omdat de maakindustrie toeneemt. Er moet dan in die opleidingen meer aandacht komen voor de aansluiting bij de praktijk en voor het opbouwen van netwerken.

 

kortom

• We willen het liefst een vast contract

• We hechten aan bestaanszekerheid voor iedereen

• We willen dat onderwijs in de toekomst ook aandacht geeft aan burgerschap en identiteit

• We willen geen robot voor de klas

• We denken dat vakopleidingen kansrijk zijn door de toenemende maakindustrie

Fotografie: Marc Heeman
Rotterdam Branding Toolkit