Auteur Martijn van der Steen
Verhaal

Lullen én poetsen dus.

Hoezo een Gesprek met de Stad? Rotterdam is toch niet lullen maar poetsen? En als je dan toch een gesprek wil, hoe doe je dat eigenlijk? Wat doe je er mee? Het zijn terechte vragen voor wie een gesprek met de stad start. Ik zie de volgende antwoorden.

Laten we beginnen bij het begin. Waarom een gesprek om iets te zeggen over de toekomst van de stad? De gemeente had prima een visie of strategisch plan kunnen opstellen. Er waren toekomstverkenningen en er lag allerlei informatie uit publieksonderzoek. En er was ook gewoon een collegeprogramma. Waarom dan nog iets anders?

 

“Dit is niet hapklaar te vertalen in beleid, wel een kompas om de komende periode op te koersen. ”

Martijn van der Steen

Precies daarom.

Omdat een gesprek iets heel anders is dan een analyse of een collegeprogramma. De toekomst niet uitrekenen, maar met elkaar beelden van de lange termijn delen. Hoe zie je jezelf over twintig jaar en in welke stad wil je dan wonen? Wat zou je willen en wat zou je tegen elke prijs willen voorkomen? Dat zijn haakjes voor een gesprek over wat er voor mensen écht toe doet. Soms moet je eerst lullen voordat je goed kan poetsen.

 

Rotterdam voerde letterlijk een gesprek. Het is contact, geen analyse. In het Gesprek met de Stad hebben mensen het samen over hún stad en hún toekomst. Dat levert een schat aan informatie op. Wensen, angsten en verlangens; rijkere informatie kan ik mij voor een beleidsmaker amper voorstellen. Niet hapklaar te vertalen in beleid, wel een kompas om de komende periode op te koersen.

 

Maar klopt al die informatie wel? Is het onderzoek wel goed? Dat hangt af van of je onderzoek als schatgraven of als strandjutten ziet. Bij schatgraven weet je wat je zoekt en ga je planmatig op zoek naar het antwoord op de vraag. Als de kaart klopt en je volgt de aanwijzingen kom je op de goede uitkomst uit. Dan is ­de vraag terecht of de kaart in dit geval goed was: de goede vragen, een representatief publiek, geen storende variabelen?

 

Bij strandjutten ligt dat anders. Dan breng je jezelf in positie om betekenisvolle observaties te doen. Door na de storm op het strand te zijn vergroot je de kans om iets te vinden. Het Gesprek met de Stad is voor mij bij uitstek strandjutten. De gemeente die zich op allerlei plekken in contact brengt met heel verschillende groepen mensen. Vooraf is niet duidelijk wat je er vindt en wie er zullen zijn, maar de variëteit aan plaatsen en gelegenheden zorgt voor een prachtige opbrengst aan signalen. Rijp en groen, een kakofonie van waardevolle geluiden.

 

Dan de laatste vraag: wat doe je met al het materiaal dat je op het strand hebt verzameld? Hoe kom je van lullen toch weer op poetsen uit? Ook hier is de vorm van het gesprek cruciaal. Een gesprek is meer dan informatie ophalen. Althans, in het dagelijks leven is dat wel zo. Als je samen iets spannends gaat doen dan wil je eerst contact maken, de ander begrijpen, weten wat hem of haar bezighoudt. Een gesprek zet alle betrokkenen aan het denken.

 

Het Gesprek met de Stad leidt tot Rotterdammers die met andere ogen, meer bewust nadenken over hun toekomst. En tot ambtenaren die zich beter kunnen verplaatsen in wat Rotterdammers bezig houdt.

“Op weg naar een nog mooiere stad in 2037. ”

Martijn van der Steen

Rotterdammers maken hun stad: gemeente, bewoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties. Niet door eindeloos te lullen, maar door flink te poetsen. Toch laat het Gesprek met de Stad zien dat zo nu en dan de tijd nemen om te praten zo gek niet is.